|
Met de komst van de niet-Euclidische meetkunde ontstonden er onmiddellijk verschillende filosofische problemen. Sinds de aanspraak op de a priori noodzaak van axioma’s is verdwenen, is de enige manier om hun ‘waarheid’ te controleren gebleven – een experimentele. Maar, zoals Poincaré (1854–1912) later opmerkte, er zijn zoveel fysieke aannames verborgen in de beschrijving van elk fenomeen dat geen enkel experiment een overtuigend bewijs kan leveren van de waarheid of onwaarheid van een wiskundig axioma. Bovendien, zelfs als we aannemen dat onze wereld “niet-Euclidisch” is, volgt hieruit dat alle Euclidische meetkunde onjuist is? Voor zover bekend heeft geen wiskundige ooit een dergelijke hypothese serieus genomen. Intuïtie dicteerde dat zowel Euclidische als niet-Euclidische meetkunde voorbeelden zijn van volwaardige wiskunde.
|
| https://breinbrekers.be/ |
Veelgestelde vragen
Wat is het parallelle axioma van Euclides?▼
Het parallelle axioma stelt dat door een punt buiten een rechte lijn slechts één lijn evenwijdig aan die lijn kan worden getrokken. Dit postulaat werd door veel wiskundigen als zwak punt beschouwd en kon eeuwenlang niet worden bewezen.
Wat is niet-euclidische meetkunde?▼
Niet-euclidische meetkunde ontstond toen wiskundigen ontdekten dat het parallelle axioma niet te bewijzen was. Door dit axioma te vervangen door alternatieven (meerdere parallellen mogelijk) ontstonden nieuwe, even geldige wiskundige systemen.
Wie hebben niet-euclidische meetkunde ontdekt?▼
Nicolai Lobatsjevski (1793-1856) en János Bolyai (1802-1860) realiseerden zich onafhankelijk van elkaar dat Euclides' parallelle postulaat niet te bewijzen was en dat niet-euclidische meetkunde geen tegenstellingen bevatte.
Kan een experiment bewijzen dat een wiskundig axioma waar is?▼
Volgens Poincaré bevat elke beschrijving van een fysiek fenomeen zoveel aannames dat geen experiment overtuigend kan bewijzen of een wiskundig axioma waar of onwaar is.
Is euclidische meetkunde onjuist als de wereld niet-euclidisch is?▼
Nee, intuïtie en wiskundige praktijk dicteren dat zowel euclidische als niet-euclidische meetkunde volwaardige wiskundige systemen zijn die beide geldig kunnen zijn in verschillende contexten.








